Steven Wilson: “Ik hou van vinyl, maar ik ben geen cd-hater”

15 augustus 2017

To The Bone is de titel van het vijfde solo-album van Steven Wilson, bekend als voormand van de Britse Indieband Porcupine Tree. Voor zijn nieuwe plaat haalde uit inspiratie uit de muziek waarmee hij opgroeide in de jaren ’80. Logisch dat de plaat bol staat van de invloeden van Peter Gabriel, Kate Bush, Tears For Fears en XTC.

Tekst: Jos Heijmans · Foto’s: Lasse Hoile / Caroline


T
o The Bone heeft me aangenaam verrast, want het is muzikaal geen voortzetting van je vorige album, Hand.Cannot.Erase. Hoe zie jij dat?
To The Bone is in zoverre een voortzetting van Hand.Cannot.Erase dat je mijn stijl, productie en sound er duidelijk in terug hoort. De nummers zelf zijn echter geïnspireerd door de experimentele popplaten uit de jaren 80 van bijvoorbeeld Talk Talk, Depeche Mode en Prince. Met die muziek ben ik opgegroeid.
Het is interessant dat ik het meest word geassocieerd met het decennium daarvoor, maar toen was ik mij helemaal niet bewust van die muzieksoort. Ik heb me echt verdiept in de muziek van die tijd, maar de muziek die ik bewust heb meegekregen toen ik opgroeide, was de goed doordachte popmuziek van de artiesten die ik net noemde.
Maar ook Peter Gabriel en Kate Bush. Wat ik daar mooi aan vind, is dat het veel kenmerken heeft van de progressieve rock, maar het is ook heel toegankelijk en toegespitst op het liedje, met de nadruk op melodie en hooks en niet zozeer op techniek. Het zijn platen met toegankelijke melodieën die je zo mee neuriet, maar die daaronder een gelaagdheid hebben qua teksten, instrumentatie, productie en arrangementen. Dergelijke platen worden tegenwoordig niet meer gemaakt. Eigenlijk weet ik niet eens of er wel een markt is voor een album als To The Bone, maar dit is wat ik wilde maken.”

Heeft jouw recente remix-werk voor jaren-80-albums van Tears For Fears, XTC en Simple Minds er iets mee te maken dat je dat decennium wilde vervatten in je nieuwe plaat?
“ Het afpellen en weer opbouwen van die albums heeft zeker zijn weerslag gehad op mijn eigen composities.
Ik vond die platen altijd al mooi, maar werd er telkens aan herinnerd hoe slim die liedjes in elkaar zaten. Nadat ik weken had gewerkt aan bijvoorbeeld Sowing The Seeds Of Love of Songs From The Big Chair (beide van Tears For Fears) of Skylarking (XTC), was het niet meer dan logisch dat die muziek nog steeds in mijn hoofd zat toen ik mijn studio in ging om aan mijn eigen nummers te werken.
Maar ik heb ook voor deze nieuwe richting gekozen omdat ik mezelf niet wil herhalen. Ik doe niet graag dezelfde dingen en verveel me snel. Ik maak geen muziek om enkel de fans te plezieren, maar verras ze liever en doe iets wat men niet verwacht. Als jij zegt dat je aangenaam verrast bent door de plaat, ben ik daar dus in geslaagd. Er zijn ook genoeg mensen die behoorlijk onaangenaam verrast zijn en dat vind ik ook goed. Als de meningen zo verdeeld zijn over mijn plaat, dan ben ik geslaagd in mijn opzet. Dan heb ik het in ieder geval niet op de automatische piloot gedaan.”

Je hebt er nooit een geheim van gemaakt een groot ABBA-fan te zijn. Op het nummer Permanating lijk je er nu ook in je muziek voor uit te komen. Deed je dat expres of was het ook voor jou een verrassing?
“Die muziek zit in mijn DNA. Het was een grotere verrassing dat het zo lang heeft geduurd voordat het eruit kwam. Het schrijven van een dergelijk vrolijk nummer is niet iets wat mij van nature goed afgaat. Ik schrijf nu eenmaal meer melancholische muziek. Ik weet ook niet waarom dat zo is, want eigenlijk ben ik niet zo’n melancholisch type.
Het overtuigend componeren van een vrolijk nummer zonder dat het cliché wordt, of zelfs cheesy, is erg moeilijk. Deze keer is het me denk ik gelukt om iets te schrijven dat een combinatie is van ABBA, ELO en ook een beetje Daft Punk, vanwege de dance-invloeden. Ik hoop dat het de mensen kan overtuigen dat dit ook een kant is die bij mij hoort. En ik ben er erg trots op.”

 Zit dat nummer dan ook opzettelijk precies in het midden van de plaat?
“Ja, daar heb ik bij het samenstellen van de volgorde zeker rekening mee gehouden. Het komt direct na een monumentale track als Refuge, dat vrij intens is. En dan is er ineens zo’n uitbarsting van pure vrolijkheid precies op de helft van de plaat.”

Over Refuge gesproken: de sfeer doet mij enigszins denken aan twee nummers van Peter Gabriel, San Jacinto en Red Rain. Klopt dat?
“Die vierde soloplaat van Gabriel waar San Jacinto op staat is mijn favoriete album van hem, maar So (met Red Rain) was meer de inspiratiebron voor de stijl die ik op To The Bone nastreef. Gabriel is zo’n artiest die op zijn eerste vier soloplaten redelijk oncommerciële muziek maakte en er toen ineens met So in slaagde om toegankelijke, intelligentie popnummers te brengen. Zonder concessies te doen aan de dingen die hem zo bijzonder maken. Ik denk dat mij dat met To The Bone ook gelukt is. Albums als So en ook Hounds Of Love van Kate Bush waren mijn referentiepunten om de balans te vinden tussen toegankelijke pop en mijn persoonlijkheid.”

Hou je bij het bepalen van de trackvolgorde ook rekening met het feit dat de plaat op vinyl wordt uitgebracht? “Ik leef voor mijn gevoel nog steeds deels in het vinyl-tijdperk. Als ik een nummer af heb denk ik: ‘Dat is een mooie afsluitervoor kant A’. Of: ‘Dit nummer is een geweldige opener van kant B’. Ik ben opgegroeid met vinyl, en ben gewend aan het idee van twee aparte helften met een pauze er tussenin. Dus je bouwt eerst iets op, werkt naar een punt en laat vervolgens de teugels weer vieren. Daarna sta je in gedachten op van de bank, draai je de plaat om en begint het opbouwen en vervolgens weer afbouwen van voren af aan. Tegenwoordig luistert niemand helaas meer naar een album van begin tot eind door Spotify en playlists.”

Jouw muziek was lange tijd niet via streamingdiensten zoals Spotify te beluisteren. Wat deed je van gedachten veranderen?
“Mijn nieuwe label, Caroline Records, stond erop dat dit gebeurde toen ik met ze in zee ging. En eerlijk gezegd kon ik het ook niet langer tegenhouden. Als je niet op Spotify zit, besta je als artiest niet voor luisteraars tussen de 16 en 25 jaar. Dus als je ze niet kunt verslaan, moet je met ze meedoen. Maar als artiest ga ik nog steeds uit van het idee van een album, dus moeten mijn platen ook op vinyl verkrijgbaar zijn.”

Hoe kijk jij aan tegen de argumenten over de geluidskwaliteit van vinyl en van CD?
“Ik hou van vinyl, maar ik ben geen CD-hater. Er wordt best veel onzin verteld door de voorstanders van vinyl. De reden dat vinyl warmer klinkt, zoals men vaak beweert, komt doordat het sommige frequenties niet kan weergeven. Maar er zijn genoeg vinylplaten die verschrikkelijk klinken en dat vertel ik uit eigen ervaring. Mijn eigen muziek is op vinyl en op CD geperst en sommige resultaten op vinyl zijn gewoon teleurstellend. Dat komt doordat er zoveel is ingeleverd op het gebied van lage frequenties en hoge frequenties. Daarom komen mijn nieuwste platen op dubbelelpee uit. Er hoeft dan lang niet zoveel informatie in de groeven gepropt te worden, die allemaal tot kwaliteitsverlies leiden. Ik ben dol op vinyl vanwege de hoes en het hele ritueel eromheen. Een kast vol met elpees is een prachtige aanblik. Maar ik word ook gek van de krassen, tikken en kraken en dan ben ik blij dat de CD ooit is uitgevonden.”

Ga je nog steeds op vinyljacht in de stad waar je op dat moment een concert geeft?
“Nou, het belangrijkste is dat ik een behoorlijk aantal kilometers per dag wil wandelen als ik op tournee ben. Dan stel ik een platenzaak in mijn telefoon in als bestemming en dan wandel ik daar naartoe. Maar als die er niet is, kies ik een andere bestemming, zolang ik die kilometers maar maak.”

Klopt het dat je een platenzaak zou zijn begonnen als je geen muzikant was geworden?
“Ik sluit nog steeds niet uit dat ik ooit een platenwinkel ga beginnen. Eentje die waarschijnlijk geen winst zal maken, maar dat maakt me niet uit. Ik zit daar dan lekker tussen mijn platen te luisteren naar geweldige muziek en praat ondertussen over muziek met de bezoekers. Dat ga ik vast doen, als ik ooit met pensioen ga.”


Steven Wilson (Kingston upon Thames, 1967) was van 1987 tot 2010 de componist, zanger en gitarist van de progressieve rockband Porcupine Tree. Met die band maakte hij tien albums. Met The The Raven That Refused To Sing (2013) en Hand.Cannot.Erase (2015) brak hij definitief door.

To The Bone is vijfde solo-album en verschijnt op 18 augustus bij Caroline Records. Daarnaast is hij actief in het avant-garde project No-Man (met zanger Tim Bowness) en vormt hij met de Israëlische zanger Aviv Geffen het duo Blackfield.

To The Bone verschijnt ook in een gelimiteerde versie op wit vinyl die alleen verkrijgbaar is bij de Record Store Day winkels.


Dit artikel verscheen onlangs in Vinyl Magazine nr. 2 en kun je hier bestellen.

 

Terug naar boven

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en blijf up-to-date met de nieuwste artikelen, de laatste releases en nog veel meer!